Patiënten informatie

Kleine chirurgie en proctologie Vakwerkhuisartsen

Dokter Hellenthal is naast huisarts ook chirurgisch opgeleid. Vanuit haar ervaring verricht zij in onze praktijk ingreepjes.

Thuisarts.nl

Betrouwbare en nuttige informatie voor veel klachten en ziektebeelden kunt u vinden op:

Thuisarts.nl

POH-zorg

Ouderenzorg

75-plussers in Wijlre en omgeving in beeld.

Een speerpunt van onze praktijk is ouderenzorg en we hebben een groot deel van onze ouderen ook goed in beeld. Graag willen we de gezondheid en het welzijn van alle zelfstandig wonende 75-plussers uit onze praktijk in beeld brengen. De kwaliteit van de gezondheid en ook de persoonlijke wensen ten aanzien van gezondheid worden in overzicht samengebracht.

Patty Schijns, praktijk ondersteuner ouderenzorg: Niets geeft een beter beeld dan te vragen “Hoe gaat het nu met u?” Hoe gezond voelt iemand zich? Waar hebben ouderen last van?
Vergeetachtigheid, eenzaamheid? Hoe staat het met voedings- en leefgewoonten? Hoe gaat de medicatie inname in de dagelijkse praktijk? De organisatie van het huishouden?
Er zijn genoeg ouderen die het heel goed doen.
Graag willen we zicht hebben op de kwetsbaarheid van de oudere en mogelijk kunnen we daar iets in betekenen.

Femke Hellenthal, huisarts: ‘We bezoeken ouderen op een rustig moment om te spreken over wensen ten aanzien van onder andere gezondheid, toekomstige zorgvragen, huisvesting, levensvragen en levenseinde. Ik merk dat het ter sprake brengen van eerder genoemde onderwerpen ook aanzet tot denken. Het is fijn om hier samen over te kunnen praten. Zo wordt het voor mij als huisarts duidelijk hoe iemand in het leven staat en kan ik beter inspelen op iemands specifieke wensen.’

Thuisarts.nl

Betrouwbare en nuttige informatie voor veel klachten en ziektebeelden kunt u vinden op:

Thuisarts.nl

Kleine chirurgie en proctologie

Atheroomcyste / talgkliercyste

Wat is een atheroomcyste? Een atheroomcyste is een gezwel gevuld met talg. Dit ontstaat in een talgklier waarvan de afvoergang is verstopt. Doordat de talg niet meer afgevoerd kan worden, zwelt de klier bolvormig op. Deze knobbel kan één tot enkele centimeters groot zijn. Talgklieren komen op het gehele lichaam voor, behalve op de handpalmen en de voetzolen. Atheroomcystes kunnen daarom op verschillende plaatsen op het lichaam voorkomen. De afwijking is onschuldig. Als de atheroomcyste ontstoken raakt, wordt de knobbel pijnlijk en rood van kleur. Het is niet verstandig om een atheroomcyste zelf te verwijderen, knijp de cyste niet zelf uit, u loopt het risico dat de atheroomcyste ontstoken raakt.

Onderzoek. De arts stelt de diagnose gewoonlijk naar aanleiding van uw verhaal en op grond van de bevindingen bij lichamelijk onderzoek. In de meerderheid van de gevallen is de diagnose op deze manier te stellen. Soms is er twijfel en zal er geadviseerd worden om eerst een echo te laten maken.

Behandeling. De ingreep vindt plaats in de behandelkamer van de huisartsenpraktijk. De cyste wordt onder plaatselijke verdoving verwijderd. Hierbij verdooft de huisarts alleen het gedeelte waaraan u wordt geopereerd. U krijgt één of meerdere prikjes met een verdovingsvloeistof via een klein dun naaldje. Deze prikjes kunnen even een branderig gevoel geven. De plaatselijke verdoving begint al na enkele seconden te werken en duurt één tot twee uur. Vervolgens maakt de huisarts een kleine snede. De cyste wordt verwijderd. Daarna wordt de huid met hechtingen gesloten. De hechtingen worden na zeven tot veertien dagen verwijderd. Met u wordt besproken wanneer de hechtingen mogen worden verwijderd, dit is afhankelijk van de locatie op het lichaam. De ingreep duurt ongeveer twintig minuten.

Na de behandeling. Na de behandeling mag u direct naar huis. Het kan zijn dat u enige napijn heeft. Thuis kunt u meteen twee paracetamol tabletten van 500 mg innemen. Per 24 uur mag u tot maximaal 4 x 2 tabletten paracetamol gebruiken, verspreid over de dag (om de 6 uur).

Net als bij elke andere ingreep is er een kleine kans dat een infectie optreedt. Het is om die reden belangrijk het wondje de eerste 24 uur droog en schoon te houden. Wanneer er een drukverband of pleister op de wond zit, dan kunt u deze na 24 uur er voorzichtig afhalen. Als er onder dit drukverband of pleister (huidkleurige) hechtpleisters zitten, zorg er dan voor dat deze hechtpleisters zo lang mogelijk blijven zitten. Deze hechtpleisters mogen wel nat worden onder de douche. Na een (ruime) week mogen deze hechtpleisters er ook afgehaald worden. Douchen is na 24 uur toegestaan, maar in bad of zwemmen mag u niet totdat het wondje genezen is.

Complicaties. Net als bij elke operatie is er een kleine kans dat er een infectie en/of nabloeding optreedt. Is de wond rood en gezwollen, neem dan contact op met uw huisarts of tijdens avond/nacht/weekend-uren met de Centrale Huisartsenpost van uw regio.

Contact. Als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust aan uw huisarts of de doktersassistente stellen.
Als zich thuis na de behandeling problemen voordoen, bel dan met  de huisartsenpraktijk.

Lipoom/vetbult

Wat is een lipoom. Een lipoom (vetbult) is een goedaardig gezwel, uitgaande van veranderd vetweefsel. Ze zijn vaak onder de huid gelegen en soms zelfs in een spier. De grootte kan verschillen. Van klein tot meer dan 10 cm.
Over het ontstaan van een lipoom bestaat veel onduidelijkheid. Wel is zeker dat:

  • Het erfelijk bepaald lijkt te zijn.
  • Het vaker voorkomt bij vrouwen dan bij mannen.
  • Het komt meestal op middelbare leeftijd.
  • Overgewicht speelt géén rol.

Lipomen kunnen op meerdere plaatsen tegelijk voorkomen. Iemand die eerder een lipoom heeft gehad, kan deze later makkelijker opnieuw krijgen. Redenen om het lipoom te verwijderen kan de grootte zijn, een hinderlijke plaats, of omdat het cosmetisch stoort.

Onderzoek.  De huisarts stelt de diagnose gewoonlijk naar aanleiding van uw verhaal en op grond van de bevindingen bij lichamelijk onderzoek. Bij niet snel groeiende lipomen kleiner dan 3 cm is geen aanvullend onderzoek nodig. Bij snel groeiende zwellingen of lipomen groter dan 3cm is aanvullend onderzoek in de vorm van een echo aangewezen.

Behandeling. De ingreep vindt plaats in de behandelkamer van de huisartsenpraktijk. Het lipoom wordt onder plaatselijke verdoving verwijderd. Hierbij verdooft de huisarts alleen het gedeelte waaraan u wordt geopereerd. U krijgt één of meerdere prikjes met een verdovingsvloeistof via een klein dun naaldje. Deze prikjes kunnen even een branderig gevoel geven. De plaatselijke verdoving begint al na enkele seconden te werken en duurt één tot twee uur. Vervolgens maakt de arts een kleine snede door de huid tot in het onderhuidse vetweefsel. De vetbult wordt verwijderd. Daarna wordt de huid (en het onderhuidse vetweefsel) met hechtingen gesloten. De hechtingen worden na zeven tot veertien dagen verwijderd. Met u wordt besproken wanneer de hechtingen mogen worden verwijderd, dit is afhankelijk van de locatie op het lichaam. De behandeling duurt ongeveer twintig minuten.

Alle vetbulten worden voor onderzoek naar de patholoog gestuurd. De uitslag van dit onderzoek kan u na 1 week bij de huisarts of doktersassistente opvragen. Meestal is dit gecombineerd met het verwijderen van de hechtingen.

Na de behandeling. Na de ingreep mag u direct naar huis. Het kan zijn dat u enige napijn heeft. Thuis kunt u meteen twee paracetamol tabletten van 500 mg innemen. Per 24 uur mag u tot maximaal 4 x 2 tabletten paracetamol gebruiken, verspreid over de dag (om de 6 uur).

Net als bij elke andere ingreep is er een kleine kans dat een infectie optreedt. Het is om die reden belangrijk het wondje de eerste 24 uur droog en schoon te houden. Wanneer er een drukverband of pleister op de wond zit, dan kunt u deze na 24 uur dagen er voorzichtig afhalen. Als er onder dit drukverband of pleister (huidkleurige) hechtpleisters zitten, zorg er dan voor dat deze hechtpleisters zo lang mogelijk blijven zitten. Deze hechtpleisters mogen wel nat worden onder de douche. Na een (ruime) week mogen deze hechtpleisters er ook afgehaald worden. Douchen na 24 uur is toegestaan, maar in bad of zwemmen mag u niet totdat het wondje genezen is.\

Complicaties. Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Zo is ook bij de operatie van een lipoom de normale kans op complicaties aanwezig zoals:

  • een nabloeding
  • infectie van de wond
  • soms is het lipoom niet goed te onderscheiden van het normale vetweefsel. Er bestaat dan de kans dat niet het gehele lipoom wordt verwijderd en het resterende weefsel in de toekomst weer gaat groeien.

Contact. Als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust aan uw huisarts of doktersassistente stellen.
Als zich thuis na de behandeling problemen voordoen, bel dan met de huisartsenpraktijk of tijdens avond/nacht/weekend uren met de Centrale Huisartsenpost van uw regio.

Goedaardige afwijkingen van de huid, bijvoorbeeld moedervlekken of fibromen.

Wat is een goedaardige afwijking van de huid? Er bestaan veel verschillende afwijkingen in en onder de huid. Afwijkingen kunnen ontstaan uit gewone huidcellen. De meeste hiervan zijn dan ook in of op de huid gelegen. Voorbeelden hiervan zijn moedervlekken en fibromen. Soms kunnen deze afwijkingen hinderlijk of lelijk zijn. Dit kan een reden zijn om het plekje te laten verwijderen. Echter, soms is er een vermoeden bij de patiënt of de huisarts dat de afwijking kwaadaardig kan worden, dat is eventueel een reden voor een consult bij de dermatoloog.
U kunt ook vreemd materiaal in of onder de huid hebben. Splinters of bijvoorbeeld stukjes glas kunnen in of onder de huid blijven zitten. Meestal is aan de huid niets meer te zien maar voelt u een verharding in of onder de huid.

Onderzoek.

Behandeling. De ingreep vind plaats onder lokale verdoving. Hierbij verdooft de huisarts alleen het gedeelte waaraan u wordt geopereerd. U krijgt één of meerdere prikjes met een verdovingsvloeistof via een klein dun naaldje. Deze prikjes kunnen even een branderig gevoel geven. De plaatselijke verdoving begint al na enkele seconden te werken en duurt één tot twee uur. Goedaardige huidaandoeningen worden met een kleine marge uit de huid gesneden. De huid zal daarna met hechtingen worden gesloten, afhankelijk van de locatie op het lichaam kiest de arts een type hechting.

Na de behandeling. Na de ingreep mag u direct naar huis. Het kan zijn dat u enige napijn heeft. Thuis kunt u meteen twee paracetamol tabletten van 500 mg innemen. Per 24 uur mag u tot maximaal 4 x 2 tabletten paracetamol gebruiken, verspreid over de dag (om de 6 uur).

Net als bij elke andere ingreep is er een kleine kans dat een infectie optreedt. Het is om die reden belangrijk het wondje de eerste 24 uur droog en schoon te houden. Wanneer er een drukverband of pleister op de wond zit, dan kunt u deze na 24 uur dagen er voorzichtig afhalen. Als er onder dit drukverband of pleister (huidkleurige) hechtpleisters zitten, zorg er dan voor dat deze hechtpleisters zo lang mogelijk blijven zitten. Deze hechtpleisters mogen wel nat worden onder de douche. Na een (ruime) week mogen deze hechtpleisters er ook afgehaald worden. Douchen na 24 uur is toegestaan, maar in bad of zwemmen mag u niet totdat het wondje genezen is.

Complicaties. Net als bij elke ingreeo is er een kleine kans dat er een infectie en/of nabloeding optreedt. Is de wond rood en gezwollen, neem dan contact op met uw huisarts of tijdens avond/nacht/weekend uren met de Centrale Huisartsenpost van uw regio.

Contact. Als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust aan huisarts of doktersassistente stellen.
Als zich thuis na de behandeling problemen voordoen, bel dan met de huisartsenpraktijk of tijdens avond/nacht/weekend uren met de Centrale Huisartsenpost van uw regio.

Unguis incarnatus / ingegroeide teennagel

Wat is een unguis incarnatus? Het is een ingegroeide teennagel. Een ingegroeide teennagel komt meestal voor bij de grote teen. De binnen- of buitenrand van de nagel is dan in de huid gegroeid en geeft irritatie, pijn of een ontsteking. De situatie kan voor iedereen weer anders zijn. Waarom een teennagel soms ingroeit, is niet met zekerheid bekend. Misschien ligt het aan het schoeisel of sokken (te nauw, te smal) of aan de bouw van de teen zelf (licht gekanteld, waardoor bij het lopen een nagelrand te veel in de huid drukt) of door het te kort knippen van de nagel in de hoekjes.

Onderzoek. Voor het stellen van de diagnose is meestal geen nader onderzoek nodig. Een enkele keer kan de arts, afhankelijk van de bevindingen, een röntgenfoto van de teen willen laten maken.

Behandeling. Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden. Uw huisarts zal met u overleggen welke behandeling in uw situatie het beste lijkt. Dit is afhankelijk van de ernst van het ingroeien van de nagelrand.

1.Versmallen. Als de mate van ingroei erger is en aanleiding geeft tot pijn of een ontsteking veroorzaakt– met of zonder verdikking van de huid en wild vlees (hypergranulatie) – dan is een versmalling van de nagel nodig. Een versmalling van de nagel kan op twee manieren plaatsvinden.

  • De versmalling kan geschieden door de nagelrand weg te knippen. Later groeit de nagel dan weer terug. Als de ontsteking tot rust is gekomen, kan geprobeerd worden met bovengenoemde eenvoudige maatregelen een hernieuwde ingroei te voorkomen.
  • Ook kan de nagel blijvend versmald worden door niet alleen de nagelrand weg te knippen, maar ook de wortel van de nagel te versmallen. Dat stukje wortel van de nagel kan dan worden weggekrabd en door middel van een etsende vloeistof (fenol) worden vernietigd. Indien u suikerziekte heeft (diabetes) dan kan de huisarts beslissen om de fenol achterwege te laten.

2.Verwijderen. Afhankelijk van de bevindingen van de huisarts, kan het soms nodig zijn de nagel geheel of gedeeltelijk te verwijderen. Dit is zelden noodzakelijk.

Verdoving. De ingrepen aan de teennagel worden uitgevoerd onder plaatselijke verdoving. U krijgt hiervoor twee verdovingsprikken aan de teenbasis.

Soms is de ontsteking van de teen dusdanig dat er naast een ingreepje ook een kuur antibiotica nodig is, dit zal door de huisaarts met u worden besproken.

Soms kan de huisarts beslissen dat het niet nodig is om een chirurgische ingreep te doen omdat de ernst van het ingroeien meevalt. Als de nagelrand een beetje ingroeit of dreigt in te groeien en irritatie veroorzaakt, kan vaak worden volstaan met eenvoudige maatregelen. U krijgt dan het advies om naar een podotherapeut of medisch pedicure te gaan. De nagelrand kan wat worden opgehoogd door een wattenbolletje of viltje onder de nagel te schuiven en/of de huid regelmatig naar beneden te masseren. Dit kan ook met behulp van een beugeltje die de podotherapeut aan u kan verstrekken

Na de behandeling. Het kan zijn dat u na de ingreep napijn hebt. Afhankelijk van de aard van de ingreep zal deze pijn licht of matig zijn. Met milde pijnstillers (paracetamol of ibuprofen) is dit ongemak meestal goed te bestrijden; het is raadzaam om deze pijnstillers al vóór de ingreep in huis te halen. Ook kan het hooghouden van de teen de pijn verlichten.

Na de ingreep wordt er een drukverband aangelegd. Neem een wijde pantoffel of slippers mee. Indien u hiervan niet in het bezit bent hiervan kunnen we u een plastiek hoesje geven. U kunt na de ingreep niet zelf autorijden. Lopen zal niet makkelijk gaan. Neem de eerste 24u rust en houdt u uw been dan omhoog. Normaal lopen zal, afhankelijk van de pijn, meestal al weer na twee tot vijf dagen mogelijk zijn. Het drukverband mag u na 24u verwijderen, dit gaat het makkelijkst als u het onder de douche hebt natgemaakt. Wondzorg nadien bestaat uit 1-2 daags spoelen met de douche en verder droog houden van de teen.

Complicaties. Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Toch komen bij deze operatie nabloedingen weinig voor en treden infecties zelden op. Er kan een recidief optreden: de nagel groeit dan weer in ondanks de poging de wortel van de nagel te versmallen. In dat geval zal een nieuwe ingreep nodig zijn.

Contact. Als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust aan uw huisarts of doktersassistente stellen.
Als zich thuis na de behandeling problemen voordoen, bel dan met de huisartsenpraktijk of tijdens avond/nacht/weekend uren met de Centrale Huisartsenpost van uw regio.

Hemorrhoiden/ inwendige aambeien

Wat zijn hemorrhoiden? Hemorroïden (inwendige aambeien) zijn uitgezakte zwellichamen/ kussentjes nabij de anus. Een zwellichaam is een sponsachtig netwerk van bloedvaatjes, bedekt door slijmvlies binnen de sluitspier van de anus. Wanneer veel druk op de zwellichamen komt te staan, kunnen ze uitlubberen, daardoor uitzakken en zelfs naar buiten puilen. Dat kan aanleiding geven tot een ongemakkelijk of pijnlijk gevoel. Daarbij kan het bloed in de zwellichamen gestuwd raken, waardoor aambeien makkelijk bloeden. Drukverhoging bij een moeizame stoelgang, zwangerschappen, onvoldoende lichaamsbeweging en een te hoog lichaamsgewicht kunnen bijdragen aan het ontstaan van hemorrhoiden.

Voorkomen van klachten. Klachten kunnen worden voorkomen door de stoelgang zacht te houden en te reguleren, waardoor u niet of minder hoeft te persen. Daarvoor is het eten van voldoende voedingsvezels (zemelen, bruinbrood, etc.) en het drinken van veel water (anderhalf tot twee liter per dag) nodig. Ook regulering van het toiletbezoek is van belang. Zo moet u bij aandrang het toiletbezoek niet te lang uitstellen. Wanneer u probeert er een zekere regelmaat in te brengen, voorkomt u dat u op ongelegen momenten de ontlasting te lang moet ophouden.
Zorg verder voor wat meer beweging en probeer zo nodig wat af te vallen. De meeste patiënten met aambeienklachten hebben baat bij deze maatregelen en leefregels. Wanneer desondanks de klachten toch voortduren, is verdere behandeling nodig.

Onderzoek. De klachten die aambeien kunnen geven, kunnen ook voorkomen bij andere afwijkingen van de endeldarm of de anus. Daarom wordt er onderzoek verricht van de anus, het anale kanaal en het begin van de endeldarm. De huisarts zal het onderzoek doen terwijl u met opgetrokken knieën op de linker zij ligt op een onderzoeksbank. Daarbij kijkt de arts naar de omgeving van de anus en de anus zelf, en voert ook nog met de vinger een inwendig onderzoek van de anus en het aansluitende deel van de endeldarm uit. Ten slotte zal er met een kijkbuisje in het anale kanaal en het laatste deel van de endeldarm worden gekeken.

Behandeling. Het uitgezakte en dus overtollige slijmvlies wordt met behulp van een rubberbandje afgebonden. Het overtollige slijmvlies sterft binnen zeven tot tien dagen af en verlaat tijdens de stoelgang (met het rubberbandje) het lichaam. Deze behandeling gebeurt direct aansluitend aan het onderzoek. U ligt in linker zijligging met opgetrokken knieën onderzoekstafel. De arts brengt een klein buisje in de anus aan. Daardoorheen wordt de behandeling uitgevoerd. Het duurt ongeveer 5 tot 10 minuten. Voor deze behandeling is geen verdoving nodig. Het kan prettig zijn om iemand mee te nemen naar de polikliniek die u na afloop begeleidt. Ook kan het verstandig zijn om van tevoren al 1000 mg Paracetamol of 200 mg Ibuprofen in te nemen.

Bij meer dan de helft van de patiënten is al een goed resultaat te verwachten na de eerste behandeling. Vaak is een tweede of derde behandeling nodig.

Na de behandeling. Na de behandeling kan een onaangenaam en pijnlijk gevoel optreden gedurende twee tot drie dagen. Meest omschreven als een aandrang gevoel. De ernst van de klachten hangt af van de grootte van het behandelde oppervlak. Bij pijn kunt u pijnstillers zoals Paracetamol of Ibuprofen gebruiken. Ook een warm zitbad kan de pijn verlichten. Na een behandeling kunt u meestal binnen één of twee dagen uw werkzaamheden weer hervatten. Na de aambeienbehandeling moet u de stoelgang zacht houden. Meestal krijgt u daarvoor een recept voor medicijnen mee naar huis. Om te voorkomen dat opnieuw klachten optreden, is het verstandig zo veel mogelijk bovengenoemde maatregelen en leefregels in acht te nemen.

Dieetaanpassing om de stoelgang zacht te houden. Hiervoor is het eten van voldoende plantaardige vezels (zemelen, bruinbrood) en het drinken van veel water (zo’n anderhalf tot twee liter extra per dag) nodig. Daarnaast kan de arts u medicijnen voorschrijven, bijvoorbeeld poeders van plantaardige vezels of een drankje.

Toiletadviezen voor ontlasten.

  • Ga bij aandrang naar het toilet, zeker in geval van een moeizame stoelgang en houd het niet op.
  • Poepen lukt niet zonder aandrang; probeer dus niet persend toch ontlasting kwijt te raken.
  • Zet voeten plat op de grond met de knieën gebogen. Gebruik eventueel een voetensteuntje als het toilet te hoog is.
  • Ga rechtop zitten met de schouders boven de heupen, zak door en maak een bolle rug.
  • Uw kleding en ondergoed moet goed omlaag; tot op de enkels.
  • Pas een rustige buikademhaling toe en wacht tot de ontlasting komt.
  • Wanneer de ontlasting niet komt, kantelt u tien keer uw bekken (holle en bolle rug maken). Als u een holle rug maakt, ademt u rustig in en bij een bolle rug ademt u rustig uit. Komt de ontlasting dan nog niet op gang, blaas dan in uw vuist terwijl u uitademt en de buik en de flanken bol maakt. Ga NIET persen, maar druk op deze manier een beetje mee naar beneden.
  • Probeer de anus slap te laten en de billen te ontspannen; richt de druk op de anus. Komt de ontlasting echt niet, terwijl u wel aandrang heeft, dan is het aan te raden van het toilet af te gaan en ongeveer tien minuten intensief te bewegen (wandelen, huishoudelijke taken). Ga vervolgens opnieuw naar het toilet om het met bovengenoemde adviezen opnieuw te proberen.
  • Bij pijn of bij het niet goed schoon kunnen maken van de anus, spoel met water (fles, maatbeker, bidon of douche).
  • Als u goed rechtop zit met een wat bolle rug, is de uitgang van de endeldarm en anus het meest naar beneden gericht. Dit maakt het makkelijker om uw ontlasting kwijt te raken.

Complicaties. Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet u dit vóór de behandeling aan de arts melden. Deze medicijnen geven namelijk soms een verhoogd risico op nabloedingen en u moet er daarom tijdelijk mee stoppen in overleg met de huisarts.
Wanneer een rubberbandje de endeldarm verlaat (het korstje gaat van de wond), kan er ook wat bloedverlies optreden. Wanneer het bloedverlies meer lijkt dan een vol kopje, neem dan contact op met het ziekenhuis.
Ook kan er als gevolg van een ontsteking op de behandelplaats kortdurend een geringe temperatuurverhoging optreden. Als pijn en koorts toenemen, neem ook dan contact op met het ziekenhuis.

Contact. Als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust aan uw huisarts of doktersassistente stellen.
Als zich thuis na instellen van de behandeling problemen voordoen, bel dan met de huisartsenpraktijk of tijdens avond/nacht/weekend uren met de Centrale Huisartsenpost van uw regio.

Gethromboseerde randvene/ uitwendige aambei

Wat is een gethromboseerde aambei? Een getromboseerde aambei of uitwendige aambei is een acuut ontstaan klein ongevaarlijk bloedstolseltje in een onderhuids adertje net aan de buitenkant, onder de huid, van de anus.

Dit veroorzaakt een bultje net op de overgang van binnen naar buiten van de anus. Dit bultje kan klein of groter zijn en kan zeer pijnlijk zijn. Het trekt zich niet terug naar binnen, ook niet door erop te duwen. De pijn is vaak het ergst bij het passeren van ontlasting of het aanraken bij bijvoorbeeld afvegen. Maar kan ook gedurende de dag en nacht (hevige) pijn geven onafhankelijk van het moment van de stoelgang. Soms ontstaat er veel zwelling van het weefsel van de anus en lijkt het alsof deze uitpuilt.

Hoe weet ik of ik een gethromboseerde aambei heb? Heeft u een pijnlijke bult bij de anus die plotseling is ontstaan zonder koorts? Zit de zwelling op de rand van de anus? Is de bult blauw of rood? Indien u al deze vragen met ‘ja’ beantwoordt, heeft u dus mogelijk een getromboseerde aambei. Dat betekent dat er een bloedstolseltje in een aambei zit.

Behandeling. Een getromboseerde aambei is niet gevaarlijk en gaat vanzelf over. Dat kan soms wel enkele weken duren.Een gethromboseerde aambei kan leiden tot een huidflapje rond de anus. Om de kans op vorming van een huidflapje zo veel mogelijk te verkleinen kunt u een creme gebruiken die er voor zorgt dat het stolsel sneller verdwijnt. Deze creme is alleen op recept te verkrijgen en heet Diltiazem creme. De arts zal dit met u bespreken en zo nodig deze creme voorschrijven. Omdat een gethromboseerde aambei geen inwendige aambei is en deze bedekt is met huid is deze niet geschikt voor behandeling met rubber band ligatie.

Toiletadviezen voor ontlasten. Indien u denkt een getromboseerde aambei te hebben, zijn de volgende maatregelen belangrijk:

  • Zorg voor zachte ontlasting. Het is belangrijk dat uw ontlasting zacht is en het liefst maar één keer per dag komt. Het beste is om een vezelrijk dieet te nemen, voldoende te drinken en regelmatig te bewegen. Soms lukt het niet om de ontlasting zacht te laten zijn en is het nodig om vezels op recept te nemen, voorbeelden hiervan zijn macrogol en psyliumvezels.
  • Toilethouding en toiletgedrag. Ga bij voorkeur alleen bij aandrang naar het toilet om te ontlasten. Negeer aandrang niet. Probeer niet te persen. Het kan makkelijk zijn om om uw voeten op een voetenbankje te plaatsen. Als u tijdens het ontlasten schrikt van de pijn, probeer dan de buik niet in te trekken en niet krampachtig op het toilet te gaan zitten. Als u dit doet, spant u de bekkenbodemspier ook aan en dan sluit de anus juist af. Om dit te voorkomen, kunt u tijdens het ontlasten op uw handrug blazen zonder de lucht te laten ontsnappen. Soms is de pijn te heftig en kan een lokaal verdovende creme helpen. De arts kan deze zondig voorschrijven.
  • Neem zo nodig pijnstilling. Pijn moet worden bestreden met pijnstillers. Flink zijn en de pijn verbijten werkt niet omdat de binnenste kringspier aanspant vanwege de pijn. Dit is een ‘reflex spier’ die u niet kunt aansturen. Deze verkrampt als u pijn heeft en sluit daardoor de anus af. Indien u niet allergisch bent, neem pijnstilling (paracetamol 500mg tot maximaal iedere 6 uur 2 tabletten) en eventueel een verdovende crème die de pijn ook kan dempen.

Contact. Indien de klachten niet verbeteren met deze maatregelen en/of u ernstige klachten ervaart, neem dan contact op. Als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust aan uw huisarts of doktersassistente stellen. Als zich thuis na de behandeling problemen voordoen, bel dan met de huisartsenpraktijk of tijdens avond/nacht/weekend uren met de Centrale Huisartsenpost van uw regio.

Skintags / marisken / huidflapjes rond de anus

Wat zijn marisken? Marisken (enkelvoud mariske) zijn goedaardige huidplooien rondom de anus en worden ook wel huidflapjes genoemd. Marisken zijn géén aambeien. Marisken komen zowel bij mannen als vrouwen voor. Men ziet deze huidaandoening vooral na de puberteit, maar ze kunnen ook het gevolg zijn van uitgezakt slijmvliesweefsel na bijvoorbeeld een zwangerschap.

Marisken geven gewoonlijk geen klachten. Maar omdat ze bij de anus zitten, kunnen ontlastingsresten in de plooien van de mariske achterblijven. Hierdoor kan plaatselijk irritatie of een ontstekingsreactie ontstaan. En dat kan weer aanleiding geven tot jeuk, roodheid of schilfering. Marisken bloeden in de regel niet.

Behandeling. Marisken zijn goedaardig. Behandeling is meestal niet nodig. Soms (zelden) kan worden besloten om deze toch te behandelen. Het verwijderen van de huidflapjes wordt meestal onder plaatselijke verdoving uitgevoerd. U krijgt dan een prik ter plaatse van de mariske. Daarna wordt met een elektrische lus, die meteen de vaatjes dichtschroeit, het huidflapje eraf gehaald. Dit laat een wondje achter dat vanaf de randen vanzelf weer dichtgroeit. Het kan ook worden weggesneden, waarna het wondje wordt gehecht met oplosbare hechtingen.

Na de behandeling. Meestal wordt de wond gewoon opengelaten: bij goede verzorging sluit de wond snel en is de kans op infectie klein. De eerste twee dagen na de behandeling is het verstandig niet te lang te lopen en te staan om wondzwelling te voorkomen. Bovendien dient u het anale gebied goed schoon te houden. Met name na de stoelgang, maar ook tussendoor. Onder de douche kunt u het gebied gemakkelijk met water schoonspoelen.

Van de huisarts ontvangt u een recept voor een zalfje om meerdere keren per dag aan te brengen op de wond gedurende zo’n 10 dagen of totdat de wond genezen is. Bij pijn mag u pijnstillers gebruiken, zoals Paracetamol.

Contact. Als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust aan uw huisarts stellen.
Als zich thuis na de behandeling problemen voordoen, bel dan met huisartsenpraktijk of tijdens avond/nacht/weekend uren met de Centrale Huisartsenpost van uw regio.

Fissura ani /kloofje van de anus

Wat is een fissuur? Een fissuur is een kloofje; een fissura ani is een pijnlijk kloofje in de anus. Een kloofje in de anus geeft vaak klachten in de vorm van (scherpe) pijn tijdens of na de stoelgang, vaak met wat bloedverlies streepjes op het toiletpapier).

Waarom het kloofje ontstaat en waarom juist op bepaalde voorkeursplaatsen in de anus, is niet duidelijk. Mogelijk heeft het te maken met een verhoogde spanning; een soort kramp van een deel van de kringspier en daardoor een verstoorde bloedvoorziening.

Onbewust houden mensen door de pijn en de verhoogde spanning van een deel van de sluitspier de ontlasting op. Dit heeft tot gevolg dat de ontlasting hard wordt. Bij iedere stoelgang scheurt het kloofje steeds weer open en blijft op die manier hardnekkig bestaan.

Onderzoek. De klachten zijn meestal duidelijk, maar lichamelijk onderzoek is doorgaans toch nodig om onderliggende afwijkingen in het laatste deel van de darm of het anale kanaal uit te sluiten. Denk bijvoorbeeld aan aambeien. Bij het lichamelijk onderzoek bekijkt de arts de anus. Hierbij spreidt hij de anus een beetje om het kloofje te kunnen ontdekken. Er wordt bij een fissura ani niet met een kijkbuisje in de anus gekeken, indien nodig kan dit na genezing van het fissuur alsnog plaatsvinden.

Behandeling. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk bij een fissura ani. In onze kliniek bestaat deze uit adviezen tav dieet, toiletadviezen en het voorschrijven van een bloedvatverwijdende en spierverslappende zalf. Een meerderheid van de fissuren is met deze behandelcombinatie te genezen.

Dieetaanpassing. Meestal reageert een fissura ani op eenvoudige maatregelen. De eerste maatregel is erop gericht om de stoelgang zacht te houden. Daarvoor is het eten van voldoende plantaardige vezels (zemelen, bruinbrood) en het drinken van veel water (zo’n anderhalf tot twee liter extra per dag) nodig. Daarnaast kan de arts u medicijnen voorschrijven, bijvoorbeeld poeders van plantaardige vezels of een drankje.

Toiletadviezen voor ontlasten.

  • Ga bij aandrang naar het toilet, zeker in geval van een moeizame stoelgang en houd het niet op.
  • Poepen lukt niet zonder aandrang; probeer dus niet persend toch ontlasting kwijt te raken.
  • Zet voeten plat op de grond met de knieën gebogen. Gebruik eventueel een voetensteuntje als het toilet te hoog is.
  • Ga rechtop zitten met de schouders boven de heupen, zak door en maak een bolle rug.
  • Uw kleding en ondergoed moet goed omlaag; tot op de enkels.
  • Pas een rustige buikademhaling toe en wacht tot de ontlasting komt.
  • Wanneer de ontlasting niet komt, kantelt u tien keer uw bekken (holle en bolle rug maken). Als u een holle rug maakt, ademt u rustig in en bij een bolle rug ademt u rustig uit. Komt de ontlasting dan nog niet op gang, blaas dan in uw vuist terwijl u uitademt en de buik en de flanken bol maakt. Ga NIET persen, maar druk op deze manier een beetje mee naar beneden.
  • Probeer de anus slap te laten en de billen te ontspannen; richt de druk op de anus. Komt de ontlasting echt niet, terwijl u wel aandrang heeft, dan is het aan te raden van het toilet af te gaan en ongeveer tien minuten intensief te bewegen (wandelen, huishoudelijke taken). Ga vervolgens opnieuw naar het toilet om het met bovengenoemde adviezen opnieuw te proberen.
  • Bij pijn of bij het niet goed schoon kunnen maken van de anus, spoel met water (fles, maatbeker, bidon of douche).
  • Als u goed rechtop zit met een wat bolle rug, is de uitgang van de endeldarm en anus het meest naar beneden gericht. Dit maakt het makkelijker om uw ontlasting kwijt te raken.

Zalf. Als eerste vorm van behandeling kan een bloedvat verwijdende zalf worden voorgeschreven, die regelmatig in de anus op het kloofje moet worden aangebracht. Als bijwerking van dit zalfje is bekend dat het in een enkel geval hoofdpijn kan geven. Bij het merendeel van de patiënten is het lichaam na één of twee dagen gewend en verdwijnt de hoofdpijn weer. Er zal na 4 weken een tussentijdse beoordeling plaatsvinden. De gemiddelde behandelduur is drie maanden.

Bij pijn kunt u pijnstillers zoals Paracetamol gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist. Per 24 uur mag u tot maximaal 4 x 2 tabletten paracetamol gebruiken, verspreid over de dag (om de 6 uur). Soms wordt er een lokaal verdovende zalf voorgeschreven. Ook een warm bad kan de pijn tijdelijk verlichten. Het is verstandig het anaal gebied goed schoon te houden, met name na de stoelgang, maar ook tussendoor. Twee keer per dag afspoelen, is vaak voldoende. Met de douche kunt u het gebied gemakkelijk schoon spoelen. Gebruik geen vochtig toiletpapier (parfum/ conserveringsmiddelen).

Contact. Als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust aan uw huisarts of doktersassistente stellen.
Als zich thuis na instellen van de behandeling problemen voordoen, bel dan met de huisartsenpraktijk of tijdens avond/nacht/weekend uren met de Centrale Huisartsenpost van uw regio.

Trigger finger / haperende vinger

Wat is een trigger finger. De trigger finger (haperende vinger of tendovaginitis stenosans) is een aandoening waarbij de buigpezen van één van de vingers of van de huls rondom de buigpezen zijn ontstoken (de peesschedetunnel). In beide gevallen kan de pees niet vrij door de peesschede bewegen en loopt vast op het begin van de tunnel. Het buigen of strekken van de vinger kan dan moeizaam gaan en gaat soms gepaard met een knappend gevoel (‘triggering’). Bij ernstige gevallen blijft de vinger gebogen staan. Deze kan alleen maar recht gemaakt worden met hulp van de andere hand. Een trigger finger komt vooral voor bij vrouwen tussen de 45 en 65 jaar. De ringvinger en de duim zijn het vaakst aangedaan. De oorzaak van een trigger finger is nog onduidelijk. Mogelijk speelt overbelasting een rol. Verder komt een trigger finger vaker voor bij mensen met reuma en suikerziekte.

Welke klachten passen bij een trigger finger? Bij een trigger finger kunt u last hebben van:

  • Pijn of irritatie bij het buigen van de vinger.
  • Een verdikking in de handpalm of aan de duimbasis.
  • Een knappend gevoel bij het strekken van de vinger.
  • Wakker worden met de vinger in buigstand, waarna deze gedurende de dag langzaam strekt.
  • Een vinger die in buigstand blijft staan en die alleen met hulp kan worden recht gemaakt.
  • Bovenstaande klachten kunnen mild zijn terwijl de pijn of stijfheid op de rugzijde van de vinger wordt ervaren.

Behandeling. Het doel van de behandeling is ervoor te zorgen dat de pees niet langer blijft steken en dat de vinger weer zonder pijn volledig bewogen kunnen worden. De zwelling van de pees en peesschede moet verminderd worden om de pees weer soepel heen en weer te kunnen bewegen. Het slikken van ontstekingsremmende medicijnen of het inspuiten hiervan in de peesschede kan de zwelling en pijn verminderen en soms de klachten doen verdwijnen. Het dragen van een spalkje of het aanpassen van de activiteiten zodat de vinger rust krijgt, kan soms ook helpen. De handtherapeut kan u hierbij praktische adviezen geven.

Wanneer al deze vormen van behandeling niet succesvol zijn, kan de arts een operatie aanbevelen. Deze operatie wordt poliklinisch uitgevoerd, onder plaatselijke verdoving. Deze ingreep vindt plaats in Pluspunt Medisch Centrum (zonder verwijskosten), het ziekenhuis (met verwijskosten) of elders.

Contact. Als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust aan uw huisarts of doktersassistente stellen.

POH-zorg

Ouderenzorg

75-plussers in Wijlre en omgeving in beeld.

Een speerpunt van onze praktijk is ouderenzorg en we hebben een groot deel van onze ouderen ook goed in beeld. Graag willen we de gezondheid en het welzijn van alle zelfstandig wonende 75-plussers uit onze praktijk in beeld brengen. De kwaliteit van de gezondheid en ook de persoonlijke wensen ten aanzien van gezondheid worden in overzicht samengebracht.

Patty Schijns, praktijk ondersteuner ouderenzorg: Niets geeft een beter beeld dan te vragen “Hoe gaat het nu met u?” Hoe gezond voelt iemand zich? Waar hebben ouderen last van?
Vergeetachtigheid, eenzaamheid? Hoe staat het met voedings- en leefgewoonten? Hoe gaat de medicatie inname in de dagelijkse praktijk? De organisatie van het huishouden?
Er zijn genoeg ouderen die het heel goed doen.
Graag willen we zicht hebben op de kwetsbaarheid van de oudere en mogelijk kunnen we daar iets in betekenen.

Femke Hellenthal, huisarts: ‘We bezoeken ouderen op een rustig moment om te spreken over wensen ten aanzien van onder andere gezondheid, toekomstige zorgvragen, huisvesting, levensvragen en levenseinde. Ik merkt dat het ter sprake brengen van eerder genoemde onderwerpen ook aanzet tot denken. Het is fijn om hier samen over te kunnen praten. Zo wordt het voor mij als huisarts duidelijk hoe iemand in het leven staat en kan ik beter inspelen op iemands specifieke wensen.’

Cardiovasculair Risico Management (CVRM)

Cardiovasculair risico management is van belang voor iedereen die een risicofactor heeft voor hart- en vaatziekten of voor mensen die al een hart- en vaatziekten hebben.
Onze praktijk heeft het CVRM zo georganiseerd dat mensen die hiervoor in aanmerking komen per geboortemaand worden opgeroepen voor een controle. De controle vindt plaats door POH Bente Rademacher. De praktijkondersteuner werkt altijd onder supervisie van de huisarts.

Diabeteszorg

Patty Schijns begeleid mensen met diabetes nadat de diagnose door de huisarts is gesteld.
Er is een nauwe samenwerking.
Tijdens de periodieke controles geeft Patty

  • Advies over leefstijl, gezonde voeding en medicatie
  • Begeleiding bij het injecteren van insuline en het zelf meten van de glucose spiegel
  • Uitleg over mogelijke complicaties en preventie mogelijkheden
  • Vragen beantwoorden over alles wat met diabetes te maken heeft

De praktijkondersteuner werkt altijd onder supervisie van de huisarts.

Astma en COPD

Patty Schijns is in onze praktijk ook de POH verantwoordelijk voor de zorg voor mensen met astma en/of COPD. Een regelmatige controle is noodzakelijk voor een goede behandeling van uw astma of COPD. Tijdens deze controle geeft Patty zo nodig voorlichting en instructie over astma en COPD, voeding, beweging, stoppen met roken en zal zij uw vragen beantwoorden. Ook wordt er meestal jaarlijks een longfunctietest uitgevoerd. De praktijkondersteuner werkt altijd onder supervisie van de huisarts.